> home        > onderzoek        > SNEEUWBAL        > leestafel        > bronnen        > colofon
> SNEEUWBAL  > ontwerpprincipes voor kennisproductiviteit

Onderstaande twaalf principes zijn het resultaat van de vraag hoe je een krachtige ontwikkelomgeving kunt inrichten die leidt tot vernieuwingen in producten, diensten en werkprocessen. Ze komen voort uit het onderzoek naar kennisproductiviteit bij Habiforum (zie Onderzoeksprogramma Kennisproductiviteit op de Universiteit Twente).

Principe 1 - Formuleren van een urgent en intrigerend vraagstuk
Neem de startvraag niet als gegeven maar als aanleiding. Verken verschillende invalshoeken voordat je de centrale vraag vastlegt. Formuleer op basis van deze verkenning een intrigerende vraag die aanzet tot vernieuwing. Zo’n vraag kenmerkt zich als volgt:
• Het antwoord is nog niet bekend of niet te geven op de gebruikelijke manier.
• De vraag laat ruimte voor verschillende perspectieven en richtingen (voorkom dat gebruikelijke opvattingen en richtingen al vast ingebakken zitten).
• Je kunt je niet permitteren de vraag onbeantwoord te laten of op zijn beloop te laten: er is urgentie voor de personen (stakeholders) en voor de organisaties waarvan zij deel uit maken.
• De vraag is van belang en inspirerend voor de individuen die actief werken aan het vraagstuk (het raakt aan de persoonlijke drijfveren van de individuen).

Principe 2 - Vormgeven van een vernieuwend proces, een ontwikkelpad
Om te komen tot vernieuwende oplossingen, zijn vernieuwende aanpakken nodig. Daarbij gaat het niet alleen over het gebruiken van nieuwe technieken en werkvormen. Het gaat ook om het kunnen vormgeven van een vernieuwend proces en het kunnen ontwerpen van een vernieuwende lijn van werken.

Principe 3 - Werken vanuit individuele drijfveren
Individuele drijfveren, motivatie en belangen zijn een krachtige motor voor vernieuwing: ze zorgen voor nieuwsgierigheid, leren, energie, eigenaarschap, verantwoordelijkheid en ook voor doorzetten als het tegen zit. Persoonlijke motivaties zijn een sterkere motor voor samenwerking dan een abstract, algemeen maatschappelijk vraagstuk of een gezamenlijke proeftuindoelstelling. Deelnemers in de proeftuin moeten veranderen van consument en deelnemer naar actor (met ondernemerschap en initiatief). Het werken vanuit individuele drijfveren krijgt vorm door het opsporen van persoonlijke belangen, het verbinden van de verschillende belangen met elkaar, en het productief maken van de verschillende belangen.

Principe 4 - Maken van ongewone combinaties van materiedeskundigheid
Een vernieuwing heeft altijd een inhoudelijke component: wezenlijk nieuwe concepten of ideeën aanpakken op een bepaald terrein. Bewust inbrengen, onderzoeken, combineren en ontwikkelen van materiedeskundigheid is daarom cruciaal. Vernieuwing komt daarbij met name tot stand door het maken van verbindingen die er eerder nog niet waren. Het gaat in dit principe om het actief werken aan het:
• Herkennen en erkennen van materiedeskundigheid en deze bewust inzetten ten behoeve van vernieuwing;
• Inbrengen en onderzoeken van ideeën uit andere contexten en vakgebieden;
• Het herkennen (de-composeren) van elementen in gehelen die tot nu toe vanzelfsprekend bij elkaar lijken te horen;
• Spelen en wisselen van de context zodat bekende elementen nieuwe betekenissen kunnen krijgen;
• Het zoeken naar nieuwe verbindingen tussen tot nu toe losstaande elementen;
• Het onderzoeken en toetsen welke verbindingen echt hout snijden en toegevoegde waarde hebben. Door op zoek te gaan naar nieuwe combinaties, komt materiedeskundigheid die bij de betrokkenen aanwezig is ook beter tot zijn recht.

Principe 5 - Werken vanuit wederzijdse aantrekkelijkheid
Voor kennisproductiviteit is een omgeving nodig met een hoge mate van wederzijdse aantrekkelijkheid. Dat betekent een omgeving met krachtige en constructieve relaties tussen mensen waarin opbouwende maar ook confronterende interacties zijn. Ook zorg voor elkaar en vertrouwen in elkaar zijn hierbij belangrijk. De samenwerking krijgt vorm vanuit een goed begrepen eigen belang: het wordt voor mij aantrekkelijker om met jou mee te werken en in jou te investeren als jij een bijdrage kunt leveren aan mijn ambities. Daarom heb ik heb er belang bij dat het met jou en met het gezamenlijke initiatief goed gaat en zorg ik daar ook voor.

Principe 6 - Benoemen van successen en ieders bijdrage daaraan: werken vanuit kracht
Alles wat je aandacht geeft groeit: focus op wat goed gaat, waar sterke punten zitten, waar kracht ligt en hoe je deze aspecten verder kunt uitbouwen en benutten. Dit geeft energie, versnelt en maakt krachtig. Dat biedt meer aan inspiratie, doorzettingsvermogen en effectiviteit dan focus op ‘gaps’ en tekortkomingen.

Principe 7 - Creërend leren: kennisontwikkeling door samen iets te maken
Het actief ontwerpen en vormgeven aan nieuwe producten, diensten of processen stimuleert het ontwikkelen van nieuwe kennis. Het noodzaakt tot het expliciteren en verbinden van ervaringen, competenties en het concretiseren er van in nieuwe voorstellen, en het uitwerken en beproeven van deze voorstellen.

Principe 8 - Verleiden om nieuwe signalen te zien en nieuwe betekenissen te geven
Dit principes ondersteunt rechtstreeks een kernelement van kennisproductiviteit: het vermogen om relevantie informatie op te sporen, te signaleren en te verwerken (Kessels, 1996). Voor vernieuwing is het nodig een antenne voor nieuwe signalen te ontwikkelen en mensen te verleiden meerdere/nieuwe betekenissen aan die signalen te geven. Het op zoek gaan naar nieuwe, kleine signalen en het gevoelig worden voor die signalen is een eerste stap. Vervolgens gaat het om het actief opsporen van nieuwe informatie rond die signalen: welke verhalen vertellen deze signalen? Organiseer reflectie die bijdraagt aan het ontwikkelen van gezamenlijke en nieuwe betekenissen op basis van de verzamelde informatie. Daarbij is het van belang in het oog te houden dat iets nieuws vooral gezien en geaccepteerd kan worden als je het betekenis kan geven vanuit het oude (je eigen) systeem.

Principe 9 - Leggen van de verbinding tussen de werelden binnen en buiten de proeftuin met elk eigen regels en manieren van denken
Om succesvol te zijn in het echt productief maken van een proeftuin, is het nodig de wereld in de proeftuin te verbinden met de wereld daarbuiten: in mensen, in betekenissen, in processen.

Principe 10 - Creatieve onrust in het proces
Zorg voor dynamiek en urgentie tijdens het proces, door gebruik te maken van externe factoren en/of door mijlpalen te creëren waarop er ‘iets moet staan’. Die mijlpalen hebben de volgende kenmerken:
• ze gaan over iets dat voor de deelnemers aan het proces van cruciaal belang is (datgene waarvoor ze warm lopen en waarom ze deelnemen)
• het moeten presteren voor een forum (in welke vorm dan ook) van externen (buiten het proces) die zij van belang vinden en waarbij ze goed voor de dag willen komen
• ze maken het nodig echt ontwikkelslagen te maken om de ambitie voor die mijlpaal te realiseren

Principe 11 - Kennisontwikkeling is een sociaal communicatief proces
Omdat kennisontwikkeling een sociaal proces is en communicatieve en sociale vaardigheden hierin het voertuig zijn, is het van belang veel aandacht te geven aan de kwaliteit van de interacties. Deze kunnen het proces aanzienlijk krachtiger maken en versnellen.

Principe 12 - Werken aan competentieontwikkeling
Kennisproductiviteit is gebaat bij het actief werken aan individuele en gemeenschappelijke bekwaamheden in de proeftuin. Het vertrekpunt is dan: richt het proeftuintraject in als een leerproces voor alle betrokken. Dit betekent het bewust bedenken welke competenties van belang zijn om te ontwikkelen, welke competenties ieder kan bijdragen hierin en het van daaruit vormgeven van aanpakken, werkvormen die het leren ondersteunen. De beste verspreiding van kennis is het zo veel mogelijk ondersteunen van competentieontwikkeling bij anderen.